Behalve de projectietechniek, verandert ook het publiek en de algemene filmervaring. We zijn er erg trots op publiek te hebben dat soms álle 32 voorgaande festivaledities heeft bezocht. Nu ergens in de zestig, toen eind-twintigers, hebben ze de voortgang van de filmcultuur in de laatste decennia nauwgezet kunnen volgen. En er is nogal wat veranderd.
Via tientallen TV-kanalen, internet en DVD-boxen lijken de eind-twintigers van nu alles voorhanden te hebben en wel direct. En wat interessanter is: het uploaden van informatie en beeld lijkt gaandeweg belangrijker te worden dan het downloaden van films en informatie. YouTube, Facebook en andere kanalen spreken boekdelen en een avondje filmkijken met vrienden en vriendinnen is snel georganiseerd. Iedereen wil ook gehoord en gezien worden en dat is volstrekt legitiem; maar als iedereen een artiest is, waar blijft dan het publiek?
Je hebt als filmfestival hier over na te denken en daar iets tegenover te stellen, wil het een toegevoegde waarde houden. De verwelkoming van gasten is één van de elementen die verschil kunnen maken. Op deze wereld dwalen er (hooguit) enkele honderden filmmakers rond die behalve nieuwsgierig zijn en reflecteren op de wereld, een enorme drive, scheppingsvermogen en verbeeldingskracht hebben en de ontwikkeling van de filmkunst voortstuwen. Filmmaken is een grote kunst en vergt meer kwaliteit dan het kunnen hanteren van een camera. Mijn opvatting is eerder elitair dan democratisch in dit opzicht.
We zijn ook enorm trots dat we een aantal van hen naar Leeuwarden kunnen hebben halen. De vertoning van Brownian Movement met of zonder filmmaakster Nanouk Leopold maakt verschil; hetzelfde geldt voor Code Blue (Urszula Antoniak), Taxidermia (György Palfi) of de competitiefilms Volcano (Rúnar Rúnarsson) en Michael (Markus Schleinzer). De vertoning in aanwezigheid van de makers zijn evenementen op zich. De vraaggesprekken met de filmmakers verhelderen, verdiepen en roepen nieuwe vragen op. De makers bezweren het publiek, tonen de grootte van onze geest en overtuigen ons er van dat dat we nooit moeten stoppen vragen te stellen en door te zoeken. De wereld is te groot om te bevatten – en is dat niet prachtig?
Een andere niet te onderschatten functie van het festival is het bieden van overzicht en verrassing. Met een passe-partout of strippenkaart kun je een zaal inlopen waarna de film heel iets anders biedt dan vooraf gedacht of verwacht. Niet dat onze filmbeschrijvingen manipulatief of leugenachtig zijn; maar een verhaal kan natuurlijk op duizenden manieren worden ingevuld en vorm gegeven.
Waar ik zelf op hoop is dat de lange speelfilms of documentaires ook nieuwsgierig maken naar de kortefilmprogramma’s; dat het publiek na het zien van twee lange Indiase films met veel plezier besluit om ook het korte India filmprogramma te gaan zien. En dezelfde kijker zal niet teleurgesteld raken; ik denk zelfs dat de sterkste filmervaringen in de kortefilmprogramma’s te vinden zijn. Een voorbeeld van een goed geslaagd programma is Wij Noorderlingen: Into The Night. De combinatie van films loopt over van eigenaardigheid, humor, snijdende spanning en is diep ontroerend.