Deel 3: Less is more

Toen ik het programma van het Noordelijk Film Festival van 2011 afsloot kwam ik uit op 191 filmtitels; samen goed voor ruim 9000 minuten film. En al de films staan op het festival met een bepaalde gedachte. ‘Dat kan toch haast niet mogelijk zijn?’ zul je denken… Toch is het zo.

Vele honderden films zijn gezien en overwogen en nóg meer films zijn op basis van origine (land), filmbeschrijving of slechte kritieken terzijde gelegd. De films zijn gezien op de filmfestivals in Nederland en vooral ook in het buitenland; er zijn dvd’s toegezonden en ik heb er zelf veel opgevraagd; er zijn inlogcodes gestuurd voor het bekijken van films online terwijl er ook verschillende andere online platformen bestaan waar programmeurs en filmkopers dagelijks oneindig veel nieuwe films kunnen zien. Het complete filmaanbod ligt tegenwoordig bijna letterlijk op de deurmat, een ontwikkeling die ik zelf drie jaar terug niet had voorzien.

Het resultaat is een filmfestivalprogramma dat eigenlijk drie of vier festivals in één is. Wie vijf dagen documentaires wil zien kan in Leeuwarden terecht. Hetzelfde geldt voor vijf dagen korte films of vijf dagen arthousehits. Centraal hierin staan het Interregio- en het Wij Noorderlingenprogramma, met de allermooiste en meest indrukwekkende films van Europese bodem van het afgelopen jaar.

In de maanden voorafgaand aan het festival loop ik alle nationale filmproductie-overzichtslijsten na, met daarop de veertig nieuwe Poolse, de vijf nieuwe Slowaakse en twee nieuwe Albanese films, de twintig nieuwe Roemeense en dertig nieuwe Zweedse films et cetera. Het gaat vaak een beetje mis bij de Fransen, die zo’n tweehonderd speelfilms per jaar produceren – of de Britten met gelijke aantallen. En dan heb ik het over enkel de speelfilms… Er zijn namelijk ook de lange documentaires en korte films die ik met veel enthousiasme zie, en selecteer.

Natuurlijk is het onmogelijk om alles te zien en het zijn de programma-onderdelen die me in de hun begrenzing tegemoet komen. Europa telt ruim veertig landen, maar in het Europese Interregio Competitieprogramma draaien we enkel debuutfilms of een tweede film van een maker. De gekozen opzet plaatst direct zeshonderd speelfilms buiten het kader van een mogelijke competitieselectie. Het Wij Noorderlingenprogramma omvat alleen films die werkelijk gaan over noorderlingen; een Deense film over een Iraakse vluchteling in Turkije zal dus niet geselecteerd worden.

In de beperking ligt een kracht. De acht competitiefilms die we dit jaar presenteren behoren tot de, laten we zeggen, twintig beste Europese debuutfilms van het jaar. Het Noorderlingenprogramma had eventueel tien speelfilms extra kunnen omvatten, maar biedt nu al een uniek overzicht van films uit de Benelux en Scandinavië, uitgebracht in 2010 en de eerste helft van 2011. Minder is beter, waarbij het gericht filteren kwaliteit en een mooie festivalprogramma waarborgt en tegelijk nieuwsgierig maakt naar dat wat we niet vertonen.